Zondag 24 augustus
In het Denali park zijn alleen de eerste 25 kilometer toegankelijk voor auto’s. Wil je verder het park in dan moet je de bus nemen. Een half uur voor vertrek kopen we onze kaartjes. We hebben besloten niet verder te gaan dan het bezoekerscentrum bij Eielson, een bustocht van drie uur enkele reis. Als we verder willen blijft er te weinig tijd over om ook te wandelen. De bus waarin we mee mogen heeft nog het meeste weg van een gevangenis bus. De stoelen zijn Spartaans, de inrichting minimaal, net zoals de beenruimte. De lucht is nog strakblauw, en daardoor hebben we een prachtig uitzicht op Mount Mckinley. De hoogste berg van de Verenigde Staten, en de hoogste berg ter wereld als je vanaf de voet naar de top meet. We krijgen even de gelegenheid om vanuit het raam een paar foto’s te maken. Nu weet ik meteen weer waarom ik niet graag mee ga met georganiseerde busreizen. Een man achter ons heeft alles al gezien, heeft verschrikkelijke dingen meegemaakt in Alaska, en weet alles. Ik ben dan ook blij als we uit de bus mogen, en hij nog een halte verder gaat. Wij wandelen eerst eens rond met uitzicht op de polychrome Mountains, die er nu al mooi uitzien, maar heel wat beloven als er ook nog wat zon op zou schijnen.
We nemen de volgende bus die ons verder het park in brengt. Onderweg worden we steeds opnieuw verrast door nieuwe uitzichten, mooie rivieren, kleurrijke toendra’s met af en toe een eland of grizzly beer die zonder ons een blik waardig te gunnen langzaam door het landschap sjokt.
Als we aankomen bij Eielson zitten de eekhoorntjes al klaar om te kijken wie ze nu weer komt voeren. Jammer voor de eekhoorns, overal staan bordjes waarop wordt afgeraden de kleine beestjes te voeren. Het is trouwens ook helemaal niet nodig, de eekhoorns weten ook zonder ons best te overleven.
We kijken een tijdje in het bezoekerscentrum rond, en wagen ons dan aan een wandeling die ons via een steil pad naar de top van de achter het bezoekerscentrum gelegen berg brengt. We hebben prachtig weer, en regelmatig stoppen we even om te fotograferen, te eten, te drinken of gewoon om even uit te hijgen. Kleine bloemetjes, rode, witte en blauwe geven redenen genoeg om even te stoppen. Eekhoorns snellen langs ons heen. Stoppen even, kijken naar ons, en lopen weer verder. Sommige zijn zo nieuwsgierig dat ze ons lang blijven aankijken. Andere zien ons niet eens, en blijven zoeken naar voedsel.
Als we de top bijna bereikt hebben biedt de berg ons niet langer beschutting tegen de snoeiharde koude wind. We genieten van het uitzicht, maar proberen tegen de wind beschutting te vinden door laag achter een paar rotsen te zitten. Een Bald Eagle komt vlak voor onze ogen voorbijgeschoten. Hij laat zich eenvoudig meevoeren op de wind, waarbij hij de omgeving goed in de gaten houdt. Te snel naar mijn zin, maar noodgedwongen door de koude wind beginnen we weer aan de afdaling. Eenmaal terug in de beschutting van de berg krijgen we het snel weer warm. In het bezoekerscentrum melden we ons aan voor de busreis terug naar de camping. Een lange rit na zo’n vermoeiende maar mooie dag.
Maandag 25 augustus
Na de georganiseerde busreis van gisteren is het een verademing vandaag weer zelf op pad te kunnen gaan. Vannacht was het weer ijskoud. De dag begint helder met hier en daar een wolkje. We weten nog niet helemaal zeker wat we vandaag gaan doen, of in ieder geval niet de volgorde. Een eerste uitstapje is het bezoekerscentrum van Denali park. Een ruim opgezet centrum met veel informatie, en met slecht weer kun je hier bijna de hele dag films kijken. Er staan er in ieder geval genoeg op het programma. Op een kaartje zien we twee wandelroutes die ons wel wat lijken. Nu we weten wat we gaan doen lopen we terug naar de camper. Halverwege bedenken we ons al, en maken we plannen om met de camper Denali Park in te rijden. Het weer is erg uitnodigend voor de 19 mijl die we hier met eigen vervoer in mogen. Onderweg stoppen we verschillende keren om te genieten van al het moois waar we gisteren zo snel aan voor bij moesten. De groene boompjes staan nog steeds in de mooie rode struiken met als achtergrond de groene kale bergen.
Even verder op de weg staat een auto midden op de weg stil, precies langs een parkeerplaats. Terwijl de eerste ingeving die we hebben iets in de stijl is van “wat een idioten” zien wij links van ons moeder Moose met twee kalven. Onze camper staat dan ook al snel stil… in een parkeerstrook. De camera ratelt voortdurend om deze mooie dieren vast te leggen. Met zijn 800 kg en bruine glanzende vacht is het dier een enorm indrukwekkende verschijning. Onverstoord gaat het dier door met grazen. Volgens John, de besnorde chauffeur die ons gisteren terug bracht naar het Wilderness Acces Centre eten deze beesten als ze volwassen zijn ongeveer 16 pond bladeren. “Stel je voor” zei John, “16 pond bladeren.” Dat moet een enorme berg zijn.” Maar het is door wetenschappers onderzocht, dus zal het wel waar zijn. Ik vraag me alleen maar af, hoe weten die wetenschappers dat dan? Hebben die eerst een leeg eland gewogen, en hem opnieuw gewogen toen hij vol was?”
Na 19 mijl komen we bij Savage river, het begin van onze wandeling, maar het eind van de route die we met de camper mogen rijden. Het krap bemeten parkeerterrein is te klein om ook onze camper te plaatsen. Gelukkig rijd er net een auto weg zodat wij het vrijgekomen plekje kunnen innemen.
Het water van de rivier spiegelt als een zilveren lint door de vallei. Bomen komen hier sporadisch voor. Op meters van elkaar verwijderd staan kleine sparren. We zitten hier op ongeveer 600 meter hoogte, de boomgrens van dit gebied. Als reuzen steken op plaatsen uit de bergen gigantische rotspartijen. Een geoefend oog haalt uit de vormen van de rotsen dieren en gezichten.
We zijn al een stukje de vallei in gelopen als ik een mooi stukje met rotsen in de stroming zie. Het water golft gracieus over deze rotsen heen. Tijd voor een van de vele fotostops. Ik maak enkele opnames en pak mijn rugzak weer in om verder te wandelen. Ik heb de rugzak net weer om gehangen en de gespen dichtgesnoerd als ik op enkele meters van me vandaan een sneeuwhoen in zomerkleed zie lopen. Voorzichtig maak ik de gespen los, haal de camera uit de rugzak, en zet de rugzak voorzichtig, om de Sneeuwhoen niet te laten schrikken op de grond. Voorzichtig kniel ik neer, en maak een foto van de sneeuwhoen, en nog één, en nog één. Ik probeer zo rustig mogelijk te bewegen om het diertje niet te laten schrikken, bang dat één verkeerde beweging het dier doet opvliegen. Als ik even mijn oog van de camera vandaan haal zie ik op ongeveer een halve meter van mij vandaan nog een sneeuwhoen. Alsof ik er gewoon niet ben zit hij naast mij op de grond te pikken. Op zo’n afstand heeft mijn teleobjectief natuurlijk helemaal geen effect, is zelfs nutteloos. Voorzichtig sta ik op, maar de sneeuwhoen heeft niet eens in de gaten dat ik beweeg. Onverstoord gaat het dier verder waarmee het bezig is. Ik volg de diertjes langzaam, en maak af en toe een foto, totdat ik de diertjes wel gezien heb, en weer mijn camera in de rugzak doe, deze over mijn rug gooi, de gespen vastmaak, om vervolgens nog geen 50 meter verderop alles weer in omgekeerde volgorde te doen omdat ditmaal een duootje marmotjes besluit om rustig te blijven zitten als wij aan komen lopen.
Terwijl ik in Nederland altijd al blij ben als ik één foto kan nemen alvorens het “wildlife” de benen neemt, moet ik hier in Alaska zelf de benen nemen als ik genoeg heb van de diertjes. Een stukje verderop ligt een brugje in de rivier, waar eigenlijk ook het keerpunt van de wandeling is. Een ander pad leid verder de vallei in en het lijkt ons leuker om dit pad te gaan volgen. Het rugzak ritueel herhalen we hier nog enkele malen voor onder andere een ekster, een eekhoorn, een waterval en enkele bijzondere plantjes die we thuis niet kennen. Als we aankomen bij ons keerpunt hebben we een mooi uitzicht op nog een stukje van de vallei waardoor de Savage rivier als een zilveren lint heen stroomt. Aan het einde, maar dan kilometers verderop ligt een berg die nog slechts begroeid is met rood laag struikgewas. We zijn echter niet voorbereid op een nog langere wandeling, en draaien hier om.
Over de wandeling die normaal gesproken een uur in beslag neemt hebben wij weer ruim drie en een half uur weten te doen. Voor ons is dit meer regel dan uitzondering. We rijden terug naar het visitorcentre, en hopen daar nog een plekje voor de komende nacht op de Savage camping te kunnen regelen. Helaas zit deze camping alweer helemaal vol, en blijven we de nacht op de Riley Creek camping die helemaal voorin het park ligt.
Bij het visitorcentre eten we een lekkere vette hap bestaande uit frietjes, hamburgers en of kipstukjes, en rijden dan opnieuw het park in. Hopende op een mooie zonsondergang en natuurlijk de kans op het spotten van wildlife maken dit een mooie avond. Vanaf een inham langs de kant van de weg hebben we uitzicht op het mooie landschap van Denali. Ver van ons vandaan ligt een klein meertje waarin wat activiteit zichtbaar is. We hebben een verrekijker nodig om te zien dat het hier om bevers gaat. Het is hier alleen niet toegestaan om naar het meer toe te lopen. Er zitten hier nogal wat Elanden, en die mogen niet verjaagd worden. Omdat ik ook nog wat landschapsfoto’s wil maken stel ik mijn statief op. Met in mijn handen de verrekijker, en binnen handbereik de camera op statief werk ik plotseling als een magneet op alle tourbussen, campers en personen auto’s. Mensen springen uit hun auto’s om te zien waar ik naar kijk. Teleurgesteld dat ik slechts een paar bevers in het vizier heb en slechts bezig ben een paar landschapsfoto’s te maken druipen de meeste mensen na korte tijd weer af. Terwijl ik aan weer een volgende spotter aangeef slechts landschapsfoto’s sta te maken, en het enige wildlife in de buurt een paar bevers zijn zie ik in mijn ooghoeken iets bewegen wat een stuk groter is. “Oh, now there is also a Moose”. Een Eland staat bij het meertje waarin ook de bevers zaten. Dat meertje ligt bijna 500 meter verderop. Toch zie ik mensen met werkelijk kleine camera’s, en zelfs met mobiele telefoons richting het meertje fotograferen. Zelfs met mijn 300 mm objectief krijg ik nauwelijks meer dan een herinnering aan deze ontmoeting met een Eland vastgelegd.
Terwijl we allemaal ten zuiden van de weg staan te kijken ziet Ans ten noorden van de weg een grizzly beer. Het beest is slechts enkele seconden zichtbaar, en verdwijnt dan weer uit het zicht. Nog enkele keren laat hij zijn rug zien, maar meer als dat laat hij niet van zich zien.
Wij rijden weer verder, en gebruiken als keerpunt net als vanmiddag Savage River. De zon is inmiddels ver gezakt, en de wolken en de bergen die nog door de zon worden geraakt kleuren enigszins rood. We hebben wat mooie foto momenten, en terwijl we tevreden terug naar de camping rijden krijg ik plotseling de kans om het ABS (Anti blokkeer systeem) van de camper te testen. Uit het niets springt zowat recht voor onze camper een vrouwtjes eland met kalf tevoorschijn. Wie van deze ontmoeting het hardste schrikt, de eland, het kalf of ik, weet ik niet, maar een paar meter voor de eland staat de camper stil Mijn hart gaat als een razende te keer. Terwijl de adrenaline in mijn lijf langzaam terug zakt naar normale proporties zegt Ans, Goh, ik zag het beest pas toen we al stil stonden. “Het beest” staat nog steeds stil, en is duidelijk net zo geschrokken als ik. In een paar passen loopt de eland naar de overkant van de weg. Dan zie ik in mijn spiegel het kalf trillend op zijn benen staan te wachten. De camper blokkeerde voor het kalf het zicht op zijn moeder. Nu de moeder aan de overkant in de berm staat komt het kalf ook weer in beweging. Ik wacht nog even totdat ze beide uit het zicht zijn verdwenen en de dichte begroeiing zijn ingelopen, en rijd dan nog een stuk rustiger terug naar de camping.


1IVision