Disclaimer Copyright
De foto's en teksten van deze site mogen niet worden verveelvoudigd en/of worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op andere manier, hetzij op papier, hetzij digitaal; zonder voorafgaande toestemming van de auteur:
Gerry van Roosmalen.
Boskantseweg 96
5492 VC Sint Oedenrode
+31(0)413490890
+31(0)655337196
www.1ivision.nl
|
By Gerry, on september 11th, 2011 Buiten ruisen de golven van de oceaan, geholpen door de harde wind die in mijn oren suist. Een stukje boven de mij omringende bergen weet een bijna volle maan de duisternis te verdrijven. In de camper is het koud. Het warme water van het zwembadje lonkt, lokt mij naar zich toe. Eigenlijk wil ik morgenvroeg gaan zwemmen, maar mijn weerstand is snel gebroken. Als ik de deur naar het zwembad open loopt net de laatste bezoeker naar buiten. De luxe van een warme kleedkamer, een naar keuze warme of hete douche zijn na zes weken in de camper luxe artikelen geworden waardoor ik intenser geniet van de warmte van het water dat over mijn lijft glijd.
Buiten waait nog steeds een koude harde wind. De vier meter naar het trapje van het zwembad zijn dan even een beproeving. Die beproeving vervaagt snel zodra ik mezelf onderdompel in het warme water. Op mijn aanwezigheid na is het zwembad verlaten. Zachtjes drijf ik op mijn rug in het water, met geen geluid behalve die van mijn hartslag en mijn ademhaling. Ik kijk naar de maan en vraag me af wat een mens nog meer wensen kan.
Een dun baantje groen licht ontstaat vanuit het niets aan de hemel boven mij. Aurora Borealis, mijn ballerina is terug. Mijn eerste reflex is om het water te verlaten en te gaan fotograferen. Dan bedenk ik mezelf de situatie waarin ik mij bevind. Een door de maan verlichtte avond, een heerlijk warm privé zwembad en de mooiste lichtshow die ik ooit in mijn leven zal zien. Vanavond geen foto’s van de aurora. Vanavond moet vooral een mooie herinnering worden.
Vanavond is de Aurora Borealis hier alleen voor mij. Vlammend schieten de groene stralen over de hemel, gordijnen van groen met een vleugje rood dansen recht boven mij. Exploderen hemelvullend. Als het licht aan de ene kant dooft komt het aan de andere kant weer tot leven. Ik wordt verbaasd, ontroerd en overweldigd. Niet perse in die volgorde, maar soms alle drie tegelijkertijd.
Aan dit perfecte moment mankeert slechts één ding om mijn geluk compleet te maken. Op deze speciale dag mis ik Ans extra veel. Wat zou het mooi geweest zijn als zij nu ook hier kon zijn zodat we samen van dit moment konden genieten. Ik begin de dagen tot we weer samen zijn al af te tellen.
Als de aurora uitdooft stap ik uit het water, neem een douche en loop rustig terug naar de camper. In de verte zie ik nog vaag de contouren van Aurora Borealis. Eén foto dan als afscheid.

By Gerry, on september 11th, 2011 Sokken, onderbroek, lange thermo onderbroek, thermo T-shirt, fleece trui en een muts. Liggend onder het dekbed, dat weer wordt afgedekt met een slaapzak krijg ik het maar niet warm. De lucht die ik door mijn neus in adem is onaangenaam koud. Regelmatig wordt ik slaapdronken wakker en probeer het warm te krijgen door het dekbed en de slaapzak te herschikken nadat ik het aan alle kanten losgetrokken heb.
Na deze onrustige nacht wordt ik wakker met nog steeds koude voeten, handen en neus. Ik kijk door het raampje naar buiten en zie iets wat ik al tientallen jaren niet meer heb gezien. De raam is bedekt met ijsbloemen. Nog even kruip ik iets dieper weg onder het dekbed. Het is te koud om op te staan.

Diep weggekropen onder de dekens klaren de slaapwolken in mijn hoofd langzaam op. Niet opstaan is alleen uitstel van wat toch gebeuren moet. Ik klim uit mijn bed en vind van mezelf dat de kachel nu echt wel even aan mag. De kachel die niet berekend is op deze koude weet slechts langzaam een behaaglijke warmte in de camper te brengen. De thermometer geeft 10 graden aan als ik de kachel weer uitzet. Vergeleken met even van te voren voelt het behaaglijk aan.
De ramen van de auto zijn dichtgevroren, en wie neemt er op vakantie nu een ijskrabber mee. Ik dus! Niet dat ik er iets aan heb, want de cabine van de auto staat zo ongelooflijk vol met spullen dat ik niet weet waar te beginnen met zoeken. Ik hanteer de luie methode, en start de auto en laat de opwarmende motor het werk doen. Langzaam verdwijnt het ijs van de ramen zodat ik kan beginnen aan de volgende etappe.
Kleine stroompjes water komen op vele plaatsen van de berg naar beneden. Het verschil met gisteren zijn de witte randen en de ijspegels die vannacht zijn ontstaan. Het moet vannacht echt hard gevroren hebben. Mooie ijsformaties nodigen keer op keer uit om te stoppen.

Zelfs het Kaldalón, het fjord waar de gletsjer op uit komt is voorzien van een dun laagje ijs.
Omdat mijn voeten nog steeds niet door hebben hoe ze het weer tot in de tenen warm moeten krijgen ga ik een stukje wandelen. Niets werkt beter om de bloedsomloop daar beneden wat te motiveren. Al snel beginnen mijn tenen eerst te tintelen en dan te gloeien. Ik werp nog een blik op de Drangajökull. De witte sneeuw contrasteert mooi met de diep blauwe lucht.


Ik heb vandaag weer een lange rit voor de boeg. Mijn kasten beginnen aardig leeg te raken, en morgen is het zondag. Het is dus zaak om te zorgen voor voldoende proviand om de komende tijd te kunnen overbruggen. Omdat ik aan de oostelijke kant van de Westfjorden weer naar het noorden wil rijden moet ik iets afwijken naar het zuiden om Holmavik te bezoeken alwaar ik boodschappen kan doen.
De route naar het noorden is vrij eenzaam, en gaat over een redelijke weg als je de kuilen en wasbord patronen niet te veel meetelt. Djúpavík wordt mijn eerste stop plek. Hier ligt een oude haringfabriek die al snel na dat hij klaar was de deuren kon sluiten vanwege de hard teruglopende aantallen haringen in de wateren rondom Djúpavík.
De fabriek en zelfs de huisjes er omheen geven een trieste indruk. Veel van de ramen van de fabriek zijn kapot, deuren hangen aan een beetje roest in de scharnieren en de witte verf kan allang de scheuren in het beton niet meer voor het oog verscholen houden. Stukken beton die naar beneden zijn gekomen leggen de bewapening van de schoorsteen bloot. Aan het water liggen de roestige resten van wat eens een trots schip geweest moet zijn. De scheepsvorm is nog duidelijk zichtbaar en als je onder de boeg staat en je kijkt omhoog heeft het schip nog steeds de attitude van “wie maakt mij wat”. Trots stevent de boeg nog hoog boven mij uit. De bakboordzijde van het schip is vervallen tot een pokdalige roestige wand met gaten die groot genoeg zijn om door naar binnen te klimmen, mocht je dat willen.

Fotografisch een geweldig omgeving, het oude verweerde karakter van de omgeving brengt je terug naar de jaren 50. Het geheel waarvan je zou verwachten dat het gesloopt zou gaan worden blijkt echter in de startblokken te staan van een restauratie. Binnen de muren van de fabriek is een expositie ingericht waarvan ook een boekje is verschenen. De foto’s zijn te koop, en een deel van de opbrengst wordt gebruikt voor het opknappen van het complex. Het voordeel hiervan is dat ik even een blik binnen de fabriek kan nemen.

Meer informatie is te vinden op www.clausiniceland.com
Het wordt alweer later op de dag, en ook hoog tijd voor het vinden van een overnachtingplaats. En welke plaats is dan beter dan Fell waar een verwarmd zwembad met hotpot ver van iedere bebouwing ligt, gesitueerd op het strand zodat je liggend in het warme water de woeste koude golven hoort breken op de kust.
By Gerry, on september 10th, 2011 Ver weg van alle verlichting sta ik vier kilometer verwijderd van Drangajökull. Een gletsjer in de Westfjorden van IJsland die naar het schijnt in omvang toeneemt. Aan de hemel zijn duizenden sterren zichtbaar. Vandaag zijn er daarvan minstens twee gevallen. Twee lichtende strepen aan de hemel en ieder die het zag heeft een wens gedaan.
De steile bergwand ten noorden van mij wordt fel verlicht. De lichtbron kan ik niet zien, die zit achter de zuidelijke bergwand. Het is bijna volle maan waardoor het eigenlijk iets te licht blijft voor het goed waarnemen van de Aurora Borealis. Om 22:00 toen ik even een luchtje ging scheppen was de hemel gevuld met groene dansende lijnen. Een sierlijke elegantie alsof je kijkt naar een ballerina die aan het hemelgewelf speciaal voor mij een voorstelling opvoert.
Inmiddels is het al ver na middernacht, af en toe is de ballerina een kwartiertje weg, om vervolgens weer net zo snel de hemel te bedansen.
De koude dringt langzaam dieper tot mij door. Thermo kleding, jas, handschoenen, das en nu ook nog een slaapzak die ik om me heen geslagen heb. Toch blijft het koud en mijn voeten gaan al pijn doen. Maar nu gaan slapen is de Aurora missen.


Rond 01:30 klimt de maan over het randje van de berg. Verbaasd kijkt hij mij aan. Hij had mij hier niet verwacht. Het licht van de bijna volle maan maakt de waarneming een stuk moeilijker. Nog even blijf ik buiten staan kijken, maar dan ga ik naar binnen. Ik ben door en door koud en kruip snel onder zoveel mogelijk lagen van dekbedden en slaapzakken. De koude laat zich hierdoor niet intimideren maar moe na een lange dag val ik uiteindelijk toch in slaap.

By Gerry, on september 10th, 2011 Vandaag wordt een dag met veel kilometers. Ik ben niet zo gek op autorijden, maar rijden door de Westfjorden is geen straf. Sterke stijgingen, sterke dalingen en mooie uitzichten. Dan weer een markante berg, een klein meertje, een mooie waterval of gewoon een blik in de fjord.
Bij Vatnsfjörður stop ik even om te tanken. Het is tot nu toe het duurste station, maar ook met de minste service. Het kantoortje annex winkeltje is gesloten, de wasserette is een modderpoel, en met de laatste druk die de compressor nog heeft nadat deze is afgesloten kan ik mijn bandenspanning net niet voldoende op peil brengen.
Als ik bij Djúpifjörður aankom is het bordje met de afslag naar het zwembad wel erg aanlokkelijk. Na de lange rit lijkt het me heerlijk in het warme water te liggen. Het is een overdekt zwembad, en de instructies zijn duidelijk. Eerst naar de boerderij, daar 250 kronen betalen en dan pas zwemmen. De sleutel van de deur zit in een vakje met een cijferslot. Ik kijk eerst door de ramen naar binnen, en zie stoom vanuit het water opstijgen. Qua temperatuur lijkt dit zwembad me wel in orde.

Bij de eigenaresse krijg ik de code, en even later sta ik onder een heuse warme douche. Het zwembad is op mij na helemaal verlaten. Ik trek een paar baantjes door het heerlijke water, en lig even later op mijn rug op een luchtbed heerlijk weg te dromen. Even later is trouwens best wel wat later want het valt niet mee om in het water op een luchtbed te kruipen om vervolgens op je rug te gaan liggen.
Ik zou hier de hele dag wel kunnen blijven, maar ik kan hier niet de hele dag blijven liggen, al klinkt dat nog zo verleidelijk. Terug naar de douche, en aankleden maar weer. Ik duw de deur weer terug in het slot, en rijd heerlijk ontspannen verder.
In mijn enthousiasme mis ik afslag 608, de route over Þorskafjarðarheiði. De route begint met een redelijk lange klim van 10%. Maar eenmaal op de route waan je jezelf ver weg van alle beschaving. Tijdens de rit geniet ik van het uitzicht op besneeuwde bergtoppen en de vele heldere blauwe meertjes. Ik rijd langs een meertje waarbij de wind een witachtig schuim naar een van de zijden heeft geblazen. Ik ken dit schuim natuurlijk wel, maar in de regel is dat dan wat gelig bruin. Het spierwitte trekt mijn aandacht, dus loop ik even later gewapend met camera naar het meertje. Pas als ik het meertje tot op een paar meter ben genaderd besef ik dat het schuim bestaat uit sneeuw en ijs dat door de wind naar de oever van het meertje is gestuwd. Mooie kleine ijsformaties zijn aan de oevers opgebouwd. Ik had het al koud, maar nu is het dus ook officieel koud. Het vriest!

En wat is het dan fijn als je weer terug in je auto kruipt en je wederom de verwarming op standje rood kunt zetten.
Vroeg in de avond kom ik aan bij mijn bestemming. Een parkeerplek op ongeveer 4 kilometer van de Drangajökull. De vorige keer dat ik hier was speelde het weer me parten en moesten we al snel zonder de gletsjer echt te hebben gezien omdraaien. Snel maak ik een potje eten klaar. Zodra mijn eten zich achter de kiezen bevind spoed ik mij in de richting van de gletsjer. Het is bijna 18:30, en de zon gaat om 20:30 onder. Ik mag dus van mezelf één uur richting gletsjer lopen, en moet dan aan de terugweg beginnen om voor zonsondergang weer bij de camper te kunnen zijn.
Onderweg kom ik mooie tafereeltjes tegen die er om smeken op de foto te mogen. Allemaal zeker de moeite waard, maar hierdoor strand ik in het zicht van de haven. Ik kan de gletsjer bijna aanraken, maar besef ook dat dan de kans groot is dat ik in het donker terug moet lopen, en met al die zij stroompjes, losse stenen en diepe kuilen zit ik daar niet zo op te wachten.

Terug bij de camper wacht de afwas nog op mij, en het lijkt me het beste daar meteen mee te beginnen. Daarna is het tijd voor het bijwerken van mijn reisjournaal, en het wordt misschien vervelend, maar tijdens het tikken (vanaf 22:00 uur) ben ik al vier keer naar buiten geweest om wederom te genieten van het Noorderlicht. De plek bij de Drangajökull, ver weg van alle verlichting is de perfecte plek om de Aurora te bekijken. En nu, net na middernacht waag ik me weer in de vrieskou om te genieten van dit natuur fenomeen.
 Het noorderlicht boven de Drangajökull
By Gerry, on september 10th, 2011 Het wordt bijna gewoon, maar in de ochtend is het weer vies koud in de camper. Buiten de camper is het nog een graadje erger, want daar heb ik niet enkel te maken met de temperatuur, maar ook een harde en koude wind.
In de verte lokt het goudkleurige zand van Rauðisandur dat nu het door de zon wordt beschenen een warme gloed over zich heeft. Het goudkleurige zand is een speelbal van de koude noordenwind. Banen van goud zand waaieren laag over het strand en worden hard tegen de aanstormende golven van de langzaam terugtrekkende zee geblazen. Golven met witte schuimkoppen, waaierpatronen in het zand, chaotisch geschikte rotspartijen en het goudkleurige zand. Meer heb ik niet nodig om gelukkig te zijn.

Tevreden loop ik naar de hoge rotswand die het einde van het strand aan deze zijde markeert. Een rots waarover met kracht het aanstormende water wordt geperst is voor mij een mooi fotomoment. Ik haal de benodigde spullen uit mijn rugzak en leg mijn rugzak wat hoger weg op het strand, veilig voor de golven. Ik monteer de camera op het statief en kijk door de zoeker voor het bepalen van de juiste compositie.
De zee zit vol verrassingen. Soms aangenaam, soms ook bijzonder onaangenaam. Ik ben niet bedacht op die ene golf die net een stuk verder het strand op komt dan al die voorgaande golven die ik eerst het geobserveerd alvorens mijn camera te plaatsen. De poten van mijn statief staan plotseling al twintig centimeter onder water. In een reflex grijp ik de camera en draai me om naar mijn rugzak om te zien dat het water de rugzak bijna heeft bereikt. Ik zet een sprint in, en alsof ik er jaren voor getraind heb grijp ik mijn rugzak, sla de klep dicht en til hem naar veilige hoogte terwijl ik ook nog verder het strand op ren. Op de riemen van de rugzak na, en een paar druppeltjes water niet meegeteld is alles nog droog. Ik weet dat het redden van je camera rugzak geen Olympische sport is, maar anders weet ik wel wie hier met de gouden plak aan de haal zou zijn gegaan. De adrenaline giert nog door mijn lijf, en terwijl ik langzaam tot rust kom, mijn tas hoog op een rots leg en de zee vermanend toespreek zet ik eigenwijs als ik ben opnieuw mijn camera op hetzelfde punt op.

De Dynjandi ligt ongeveer op de route van mijn volgende bestemming, en met de te verwachten verbetering van het weer besluit ik hier weer te gaan overnachten. Ik neem de route via Patreksfjörður omdat ik me kan herinneren dat daar langs de doorgaande weg een zwembadje ligt. Van afstand zie ik dat het omkleedhok is vervangen voor een nieuw exemplaar. Het oude viel de vorige keer dan ook al bijna uit elkaar. Enthousiast stap ik uit de auto en loop naar het zwembad. Niet alleen het omkleedhok is nieuw, maar de temperatuur van het water is dat ook. Het water voelt een klein beetje lauw aan, en dan alleen nog maar op de plek waar het warme water wordt binnen gepompt. De laatste paar kilometers heb ik alleen maar gedacht aan het heerlijke zwembad, en nu ik er ben laat ik mij door een beetje koude niet tegenhouden. Ik haal mijn zwembroek en handdoek, en laat me even later langs de trap het water in zakken. Het valt eigenlijk vies tegen. Als ik van de waterinlaat wegzwem wordt het water snel erg veel kouder. De harde wind die me in mijn gezicht blaast werkt ook niet echt mee. Na een klein kwartiertje heb ik het dan ook wel gezien. Ik hijs me snel in mijn kleren en rijd even later verder met de verwarming van de auto op standje rood.

Als ik aankom bij de waterval wordt deze nog door de laatste zonnestralen verlicht. Ik spoed me nogmaals naar boven. Dit keer ga ik niet echt om te fotograferen, maar ga er gewoon rustig bij zitten om dit natuur fenomeen in me op te nemen.
Bij mijn wandeling terug naar beneden neem ik rustig de tijd om de Hundafoss te fotograferen. Door de imposante verschijning van de Dynjandi zou je nogal snel vergeten dat er nog acht watervallen meer zijn om de 168 meter tot aan het fjord te overbruggen.


Mijn hoop voor het vastleggen van sterren bewegingen, of noorderlicht wordt door binnenstromende wolken snel tot nul gereduceerd. Nog vol vertrouwen laat ik mijn wekker na een uur aflopen, maar een korte blik door het raam maakt al snel duidelijk dat ik beter gewoon door kan slapen.
|
|